Bescherming tegen wind- en watererosie
Beschrijving​
Bescherming tegen erosie is het vermijden van de afstroom van aan het oppervlak liggende grondlagen door de invloeden van wind en water en als gevolg hiervan de afzetting van sedimenten op ongewenste plaatsen (bebouwde zones, rivieren, …). Bescherming tegen erosie is een dienst die hoofdzakelijk geleverd wordt door vegetatie. Planten zijn namelijk in staat via boven- en ondergrondse plantendelen de hoeveelheid erosie drastisch te verminderen.
Benodigde informatie:
- LS factor is de invloed van de hellingslengte en de hellingsgraad op erosie. In de webtool vind je een kaart hiervoor terug.
- Erosiegevoeligheid van de bodem (K-factor) wordt berekend aan de hand van de bodemstructuur. In de webtool vind je een kaart hiervoor terug.
- De erosiegevoeligheid van de vegetatie (C-factor) wordt berekend op basis van het landgebruik.
Kwalitatieve waardering​
Om de erosiegevoeligheid van de bodem te beoordelen, wordt een kwalitatieve score berekend waarbij rekening wordt gehouden met het hellingspercentage, de bodemtextuur en de bodembedekking van het gebied. Deze 3 factoren komen eveneens voor in de RUSLE vergelijking (Revised Universal Soil Loss Equation) welke één van de meest gebruikte methodes is om bodemerosie te schatten en ook toegepast wordt voor het opbouwen van de erosiekaart van Vlaanderen (Notebaert et al. 2006).
De RUSLE vergelijking is gelijk aan
Formule
Met
- A: gemiddeld bodemverlies als gevolg van geul- en intergeulerosie (ton ha-1 jaar-1)
- R: de regenerosiviteitsfactor (MJ mm ha-1 jaar-1)
- K: de bodemerosiegevoeligheidsfactor (ton MJ-1 mm-1)
- LS: de topografische hellings- en lengtefactor (dimensieloos)
- C: de gewas- en bedrijfsvoeringsfactor (dimensieloos)
- P: de erosiebeheersingsfactor (dimensieloos)
Voor de kwalitatieve score nemen we een gemiddelde van score 1 (score op basis van LS x K) en de score 2 (gelinkt aan de vegetatie (C)).
Kwantitatieve waardering​
Om de dienste bescherming tegen erosie te kwantificeren, berekenen we aan de hand van de RUSLE vergelijking het gemiddeld bodemverlies in het huidige en toekomstige scenario en trekken we beiden van elkaar af.
Voor de berekening van de LS factor verwijzen we naar handleiding ECOPLAN-SE plugin.
Monetaire waardering​
Het vermijden van bodemverlies kunnen we waarderen aan de hand van de vermeden schade door modderstromen in water en dorpskernen. Hiervoor zijn geen generieke cijfers voor beschikbaar.
Te gebruiken cijfers​
LS-factor, R-factor en K-factor worden afgeleid van kaartmateriaal afkomstig van ECOPLAN en VPO. De P-factor wordt constant gehouden op 1. De C-factor wordt berekend aan de hand van onderstaande tabel.
Tabel: score 1 op basis van LS en K-factor
| SL X K (ondergrens < x) | score1 |
|---|---|
| -1 | 0 |
| 0 | 1 |
| 0,084 | 2 |
| 0,168 | 3 |
| 0,252 | 4 |
| 0,336 | 5 |
| 0,42 | 6 |
| 0,504 | 7 |
| 0,588 | 8 |
| 0,672 | 9 |
| 0,756 | 10 |
Tabel: score 2 en C-factor voor verschillende types bodembedekking
| Bodembedekking | C-factor | score 2 |
|---|---|---|
| Bloem- en soortenrijke graslanden | 0,01 | 9 |
| Bossen | 0,001 | 10 |
| Heide en struiken | 0,01 | 9 |
| Moerassen | 0,01 | 9 |
| Slikken en schorren | 0,5 | 3 |
| Rivieren en stilstaande wateren | 0 | 10 |
| Vlas | 0,3 | 5 |
| Aardappelen | 0,4 | 4 |
| Suikerbieten | 0,4 | 4 |
| Sierplanten | 0,6 | 2 |
| Pompoenen en courgetten | 0,5 | 3 |
| Kruiden | 0,5 | 3 |
| Groenten lowN | 0,5 | 3 |
| Groenten groep 1 | 0,5 | 3 |
| Groenten groep 2 | 0,5 | 3 |
| Groenten groep 3 | 0,5 | 3 |
| Andere groenten en kruiden | 0,5 | 3 |
| Koolzaad en raapzaad | 0,3 | 5 |
| Zonnebloemzaad | 0,3 | 5 |
| Andere oliehoudende zaden | 0,3 | 5 |
| Leguminosa | 0,4 | 4 |
| Andere granen en zaden | 0,4 | 4 |
| Korrelmaïs | 0,5 | 3 |
| Aardbeien | 0,5 | 3 |
| Andere fruit en noten | 0,5 | 3 |
| Voederbieten | 0,35 | 5 |
| Andere voedergewassen | 0,35 | 5 |
| Silomaïs | 0,5 | 3 |
| Groenbedekker | 0,05 | 8 |
| Overige akkergewassen | 0,37 | 5 |
| Laagstam boomgaard | 0,05 | 8 |
| Hoogstam boomgaard | 0,01 | 9 |
| Volkstuin | 0,5 | 3 |
| Braakliggend terrein of landbouwweg | 1 | 1 |
| Weiland | 0,01 | 9 |
| Weinig of niet begroeid gebied | 0,8 | 1 |
| Houtkant, houtwal en overig hoog groen | 0,01 | 9 |
| Poelen, vijvers en grachten | 0 | 10 |
| Bermen en andere elementen van graslanden en ruigten | 0,01 | 9 |
| Hagen en struweel | 0,01 | 9 |
| Holle weg | 0,8 | 1 |
| Gebouwen | 0 | 10 |
| Serres | 0 | 10 |
| Tuinen residentieel | 0,05 | 8 |
| Tuinen overig | 0,05 | 8 |
| Wegen en pleinen | 0 | 10 |
| Overig verstedelijkt gebied | 0 | 10 |
Bron: aangepast van Bakker et al. 2008
Uitgangspunten​
- We nemen een gemiddelde jaarlijkse regenerositiviteit van 1250 MJ mm/ha.jaar voor gans Vlaanderen. Dit kan uiteraard in realiteit lokaal verschillen.
- We houden de erosiebeheersingsfactor P gelijk aan 1. Hierbij gaan we er van uit dat er geen maatregelen zijn genomen om erosie tegen te gaan.
Vertaling naar een indicator​
Als indicator gebruiken we de kwantitatieve waardering: het aantal ton grond dat minder of meer erodeert.
Een voorbeeld​
We veronderstellen een akker van 50 ha met een LS factor van 5 en bodemtextuur L. Op deze akker wordt 25 ha bos geplant. De rest wordt behouden als akker.
Kwalitatieve waardering
Score 1 voor LS x K (5 x 0,04 = 0,2) is 3 (hoge erosiegevoeligheid). Voor de huidige situatie is score 2 gelijk aan 5 (C-factor akker = 0,37), voor de toekomstige situatie is de score2 gelijk aan 7,5 ((25 x 10 + 25 x 5)/50) (C-factor=0,1855).
Gemiddelde score huidig: 4; gemiddelde score toekomstig: 5,25. Een verandering van 1,25 punt
Kwantitatieve waardering
Huidige situatie: K x LS x C x R x P = 0,04 ton/ MJ mm x 5 x 0,37 x 1250 MJ mm/ ha jaar x 1= 92,5 ton/ha.jaar Toekomstige situatie: K x LS x C x R x P = 0,04 ton /MJ mm x 5 x 0,1855 x 1250 MJ mm/ ha jaar x 1= 46,38 ton/ha.jaar
Er wordt een bodemverlies van 2306 ton/jaar vermeden ((92,5 ton/ha.jaar -46,38 ton/ha.jaar) x 50 ha).
Meer gedetailleerde modellen​
Voor meer gedetailleerde berekeningen verwijzen we graag naar het WaTEM/SEDEM model. Verschillende partijen in Vlaanderen kunnen hiermee rekenen. WaTEM/SEDEM is een ruimtelijk verdeeld bodemerosie- en sedimenttransportmodel dat is ontwikkeld door de onderzoeksgroep Fysische en Regionale Geografie (KU Leuven, België). Het is een gebruiksvriendelijke en geoptimaliseerde versie van de WaTEM- en SEDEM-modellen, die eveneens in Vlaanderen zijn ontwikkeld. Deze modellen zijn specifiek ontwikkeld om de impact van bodembehoud- en sedimentbeheersingsmaatregelen, evenals veranderingen in landgebruik in het kader van een geïntegreerd stroomgebiedbeheer, op het lokale bodemverlies en sedimenttransport naar rivieren te simuleren. Dit model combineert de WaTEM- en SEDEM-modellen en is bedoeld om landbeheerders nuttige informatie te verschaffen voor de selectie van het meest effectieve scenario voor stroomgebiedbeheer. https://ees.kuleuven.be/eng/geography/modelling/watemsedem/index.html